Voordracht van de heer Ligtvoet, burgemeester van Nuenen C.A.. 10 april
2005.
Het is, dames en heren, een bijzonder moment. Voor de familie Alfrink, voor
hun vele vrienden, voor al diegenen die hier zijn genodigd, waaronder ook
velen die beroepsmatig te maken hebben met het beheer en het gebruik van de
openbare ruimte. Wie zijn ogen de kost geeft als hij onderweg is, ziet de
stille getuigen van leed veroorzaakt door ongevallen. Soms een verbogen
vangrail, soms een boom met een wand, soms een herinneringsteken opgericht
door familie en vrienden.
Vrijwel altijd zit er een gecompliceerd verhaal bij. Samenloop van
omstandigheden, onbegrijpelijke gedragingen van mensen en de effecten
daarvan, terwijl het op die plaats toch meestal goed ging. Twijfels en
zelfverwijt bij degenen die verantwoordelijkheid dragen. Hadden we
maar......
Maar mensen hebben niet altijd kunnen doen of kunnen laten wat misschien
beter was geweest.
Veiligheid en het gevoel veilig gebruik te kunnen maken van de openbare
ruimte is een maatschappelijke prioriteit en de ontwikkeling daarin is ver
voortgeschreden. Toch, als we 's-morgens de krant openslaan blijkt het weer
gebeurd te zijn. Zomaar ergens een stom ongeluk, weer een samenloop van
gebeurtenissen die tezamen een desastreuze uitwerking hebben gehad.
Een dag als vandaag heeft een opdracht in zich. Misschien niet eens zozeer
om door meer regels en door meer technische maatregelen de schijn van
absolute veiligheid op te roepen, nee, eerder om naast regels en
voortschrijdende techniek, mensen op te roepen gezond verstand te gebruiken,
hun natuurlijke remmingen te stimuleren, weggebruikers op te voeden en
duidelijk te maken dat je pas echt stoer bent als je je aan normen en regels
houdt.
Ais je slachtoffer of veroorzaker van een ongeval bent draag je mee dat er
buiten je wil iets gebeurd is dat onomkeerbaar is en dat je zult moeten
meedragen. Voor nabestaanden van hen voor wie de afloop fataal was, is er
ook die martelende vraag. Waarom hij of zij, waarom toen, waarom....?
Verclriet verdooft, maar kan ook kracht geven. Met bewondering heb ik
gevolgd hoe het gezin Alfrink de dood van Ted, nu twee en een half jaar
geleden, uiteindelijk een plaats wist te geven. We hebben meerdere keren
contact gehad over de vraag hoe voor de huidige en voor toekomstige
generaties de herinnering en de waarschuwing in een bredere context vorm zou
kunnen krijgen. Met vrienden heeft Jaap Alfrink de Stichting Monument voor
Jonge Verkeersslachtoffers in het leven geroepen. Het plan voor een
landelijk monument rijpte.
Maar hoe, want de wijze waarop mensen met verdriet en herinnering omgaan,
verschilt. De Stichting toonde doorzettingsvermogen, zeer velen werden
benaderd voor bijdragen en idee?n. Een kunstenaar met ervaring met kunst in
de openbare ruimte werd geselecteerd.
Karoly Szekeres is er in geslaagd om "tegenslag, troost en toekomst" op
ontroerende wijze uit te drukken. De lokatie die in overleg met de Stichting
is gekozen, straalt rust uit aan de ene kant en de dagelijkse drukte aan de
andere kant. Het verkeer komt op de rotonde uit 4 richtingen tesamen. De
rotonde dwingt weggebruikers naar elkaar te kijken en rekening met elkaar te
houden.
Daarmee symboliseert deze lokatie een doeI van het monument. Voor het andere
doe! van bezinning en herinnering nodigt de lokatie uit voor iedereen die
dat wil. Vandaag kan het monument onthuld worden, het doel is bereikt.
Graag wil ik respect uiten aan de initiatiefnemers. De gemeente aanvaardt
dit monument in dank. Oat het Plein College Nuenen het monument heeft willen
adopteren legt de verbinding naar het doel om dit monument op te dragen aan
jonge verkeersslachtoffers.
Tot slot, ik vond een gedicht van Hans Dorrestijn, genoemd "De bezorgde
vader", Het luidt aldus:
Ik heb een kind dat wil ik houden
Kinderen horen niet te sterven
Maar het gebeurt: door autoband of vuur
Door staal, door glas (in splinters of aan scherven)
Door mensenhanden, uur na uur
Zoveel duizend mogelijkheden
En ik heb aanleg voor het visioen
Ik moet veel tijd en energie besteden
Aan wat de Dood hem aan kan doen
Ik ben iemand die zichzelf moet temmen
Ik ga toch al door de hel
Mijn bezorgdheid heeft geen remmen
Men zegt mij: brommers, auto's wel
Maar mijn bezorgdheid heeft geen remmen
Demp elk kanaal en elke sloot
Twee jaar is hij, hij kan niet zwemmen
Ik wil niet zijn verdrinkingsdood
Overwoeker gras de wegen
Verhinder onkruid elk verkeer
Ik heb een zoon van twee gekregen
En zijn leven is zo teer